Advertisements

Onmiddelijk staken c.q. ongedaan maken van onrechtmatig ingrijpen en handelen op Sint Eustatius door de Staat der Nederlanden

ST. EUSTATIUS
CARIBISCH NEDERLAND
De minister-president en minister van Algemene Zaken,
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
P/a Turfmarkt 147
2511 DP Den Haag
Postbus 20011 Den Haag
Nederland
Sint Eustatius, 17 oktober 2018
Betreft: onmiddelijk staken c.q. ongedaan maken van onrechtmatig ingrijpen en
handelen op Sint Eustatius door de Staat der Nederlanden
L.S.,
Op 29 augustus 2018 is door ondergetekenden bij het Gerecht in Eerste Aanleg van
Bonaire, Sint Eustatius, en Saba bijgaand verzoekschrift voor een bodemprocedure
tegen de Staat der Nederlanden ingediend. Volgens de eveneens bijgevoegde
beschikking zal de eerste zitting op 23 oktober 2018 te Sint Eustatius plaatvinden.
Hangende de uitkomst van genoemde bodemprocedure manen wij u hierbij om binnen
zeven (7) dagen na dagtekening van deze brief het onrechtmatig terzijde schuiven van
het democratisch gekozen bestuur van Sint Eustatius, welke onrechtmatige daad op
basis van de “Wet tijdelijke taakverwaarlozing Sint Eustatius” heeft plaatsgevonden,
ongedaan te maken, en wel als volgt:
1. De toepassing van in ieder geval de WolBES, FinBES, en “Tijdelijke wet
taakverwaarlozing Sint Eustatius te staken.
2. Een verklaring te verstrekken waarin de Staat der Nederlanden verklaard met
onmiddelijke ingang in woord en daad uitvoering te zullen geven aan het recht
van Sint Eustatius op de FMSG, krachtens artikel 73 Handvest VN.
3. De benoemingen en functies van de heren M. Franco en M. Stegers op te heffen
en hen uit Sint Eustatius te (doen) verwijderen.
4. De democratisch gekozen Eilandsraad en het democratisch benoemde
Bestuurscollege van Sint Eustatius zonder stoornis hun werkzaamheden te laten
hervatten.
5. Publiekelijk en schriftelijk verontschuldigingen aan de bevolking van Sint
Eustatius aan te bieden.
Deze aanmaning is gebaseerd op het recht van Sint Eustatius op de “volledige
staatkundige emancipatie” oftwel “Full Measure of Self-Government” (FMSG) krachtens
artikel 73 Handvest VN, alsmede op de volgende uitspraak van de Hoge Raad der
Nederlanden:
…“in de in dit citaat bedoelde paragraaf 27 stelt het EHRM onder meer vast dat art. 103
Handvest VN naar de opvatting van het Internationaal Gerechtshof betekent dat de
verplichtingen die ingevolge dit Handvest rusten op de leden van de VN voorrang hebben
boven daarmee strijdige verplichtingen uit hoofde van een ander verdrag, ongeacht of
dit werd gesloten voor of na het Handvest of slechts een regionale regeling behelst.”.
(HR ECLI:N::HR:2012:BW1999, 13-4-2012, r.o. 4.3.4)
Uit dit arrest valt af te leiden dat een verdrag, als hoogste juridisch instrument, een
verplichting of een recht krachtens het Handvest VN niet kan aantasten.
Dit betekent dat lagere wet-en of regelgeving, zoals de Nederlandse Grondwet, Het
Statuut, WolBES, FinBES, alsook de Wet van 7 februari 2018, houdende voorziening in
het bestuur van het openbaar lichaam Sint Eustatius (“Tijdelijke wet taakverwaarlozing
Sint Eustatius”) dat ook niet kunnen doen.
Wij weten dat de Staat der Nederlanden zich er altijd op beroept een rechtstaat te zijn,
waar de “rule of law” een fundamenteel beginsel van de gedachte van de rechtsstaat
vormt.
Ook weten wij dat het recht op volledige staatkundige emancipatie, oftewel een “Full
Measure of Self-Government (FMSG), en de verplichting dit te respecteren en verlenen,
verankerd zijn in artikel 73 (hoofdstuk XI) van het Handvest VN.
De Staat der Nederlanden heeft meermaals publiekelijk verklaard dat aan die
verplichting c.q. recht is voldaan, en wel als volgt:
1. …“We feel sure that the Netherlands Antilles and Surinam have already attained a
full measure of self government, and their democratic governments themselves
agree.“ (verklaring aan de Algemene vergadering van de VN d.d. 18 januari 1952,
door Minister Kernkamp).
2. …”in light of the changes thus brought about in the constitutional position and in
the status of Surinam and the Netherlands Antilles the Netherlands Government
regard their responsibilities according to Chapter XI of the Charter with regard to
these countries as terminated (brief van de Nederlandse vertegenwoordiger bij
de VN aan de secretaris-generaal d.d. 30 maart 1955).
3. …”De totstandkoming en de wijzigingen van het Statuut zijn met inachtneming
van de eisen die het Handvest stelt, tot stand gekomen.” (brief minister Plasterk
aan het Bestuurscollege van St. Eustatius d.d. 5 juli 2017).
Uit recente Nederlandse jurisprudentie is gebleken dat het tot stand brengen van weten
regelgeving door de Staat der Nederlanden, welke in strijd is met publieke
verklaringen zijdens de overheid, tot aansprakelijkeid uit hoofde van onrechtmatige
daad kan leiden.
In de bodemprocedure zal de Staat der Nederlanden in de gelegenheid worden gesteld
om aan een onafhankelijke en onpartijdige rechter te verklaren waarom zij meent dat
de “Wet tijdelijke taakverwaarlozing Sint Eustatius” niet in strijd is met het
internationaal recht, en met name met artikel 27 van het Weens Verdrag inzake het
verdragenrecht (“Weens verdrag”) en artikelen 2 artikel 103 Handvest VN.
Ook zal de Staat der Nederlanden in de gelegenheid worden gesteld om het oordeel van
de Hoge Raad der Nederlanden dat verplichtingen krachtens het Handvest VN
“dominante verplichtingen” zijn, te bestrijden.
Ondergetekenden zijn ervan overtuigd dat de Staat der Nederlanden niet in het
bovenstaande zal slagen, en wijzen er daarbij op dat de Nederlandse rechter verplicht is
het recht op de FMSG te respecteren, omdat Nederland genoemde verdragen (Weens
verdrag en Handvest VN) heeft geratificeerd.
Voorts zal de Staat der Nederlanden moeten verklaren wat zij bedoelt met de stelling:
…“De totstandkoming en de wijzigingen van het Statuut zijn met inachtneming van de
eisen die het Handvest stelt, tot stand gekomen.”, zoals opgenomen in de brief van
minister Plasterk aan het bestuurscollege van Sint Eustatius d.d. 5 juli 2017, en deze
stelling (juridisch) onderbouwen.

ST. EUSTATIUS
CARIBISCH NEDERLAND
De ministerraden van Aruba, Curaçao, en Sint Maarten
De eilandsraden van Bonaire en Saba
De bestuurscolleges van Bonaire en Saba
De fracties van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
De fracties van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

 

Advertisements
%d bloggers like this: