Advertisements
window.dataLayer = window.dataLayer || []; function gtag(){dataLayer.push(arguments);} gtag('js', new Date()); gtag('config', 'UA-83616463-1');

SIMON BOLIVAR WAS EEN ASIELZOEKER

SIMON BOLIVAR WAS EEN ASIELZOEKER

 

Eenendertigste Open Brief aan de Zittende Magistratuur

 

‘Alleen proletariërs en dieren zijn vrij’! Aldus, George Orwell in zijn boek ‘1984’. De functie van de proletariërs (ongeveer 85% van de bevolking), is simpel: Werken en voortplanten. Denk niet dat zij ooit in opstand zullen komen. Zij hebben geen reden om dit te doen, zolang ze voldoende doorvoed zijn en aanhoudend worden afgeleid. Aldus allemaal George Orwell.

 

Leid ze dus af met ‘Seks & drugs & alcohol’? Immers, ‘un pueblo chingando, no se está rebelando’. En onzinnige TV-spelletjes? En vooral met slopende arbeid in een 24/7 economie?

 

Nou ja, deze gedachten waren slechts ‘waar’ in de dys-topische nachtmerrie van een cynisch schrijver, kan men denken. Goed, alles goed. MAAR, is het niet zo dat onze huidige samenleving ook wezenlijk bestaat uit een Orwelliaanse ‘Inner party’ (de rijkste 1%)? En daaronder een ‘Outer party’, namelijk de ‘Middenklasse’ van 14%, wiens voornaamste functie het is om die 1% te dienen? En het zware ‘tussenwerk’ te doen dat nodig is om die 85% bij de les en aan het werk te houden? Meestal (minstens 60%) voor een hongerloon?

Denk dus niet dat deze 85% te bereiken en informeren zijn over een nieuw en veel rechtvaardiger politiek/ economisch systeem. Zij hebben daarvoor de intellec-tuele capaciteit niet. Noch de tijd. Ze werken zich de hele dag rot. ’s Avonds is het zuipen, ‘appen’ en ‘zappen’ of internet, porno, seks en slapen.

 

Alleen die ‘gegoede’ Middenstand is te bereiken. Zij hebben de intellectuele capaciteit, de tijd en zelfs de middelen om te studeren en na te denken. Rechters, bijvoorbeeld. En advocaten, professoren, notarissen, geestelijken, hoge ambtenaren, industriëlen, accountants journalisten en i.h.a. directeuren van flinke bedrijven. En hun assistenten. Kortom, die 14%.

 

Die schrijven wij aan. En dan in de eerste plaats de rechters, omdat zij bovendien één derde van de macht in handen hebben. Zij zijn geen voetnoot in een duaal politiek stelsel van twee machten. Er zijn drie machten. Dit noemt men de ‘trias-politica’. Twee van die machten zijn vooral materieel van aard, t.w. de wetgevende en de uitvoerende macht. Die derde is vooral spiritueel van aard, t.w. de rechterlijke macht. En met die macht kunnen de rechters op vreedzame wijze een veranderingsproces in gang zetten, als zij weten wat, waarheen en waarom. En als zij, na het begrepen te hebben, het willen.

 

In ieder geval kunnen zij begrijpen dat die grote massa loon- en schuldslaven eens in opstand zullen komen. Niet met een of ander haalbaar en weldoordacht plan daar-achter. Maar gewoon uit onzinnige woede. Ze slaan alles kort en klein en daarna vallen ze weer terug in nog grotere ellende. In de tussentijd hebben ze rake klappen uitgedeeld, bedrijven en auto’s in de brand gestoken, supermarkten geplunderd en hun gal gespuid, met alle nadelige gevolgen van dien. Ook voor henzelf, want de voedselprijzen gaan daarna meestal omhoog.

 

Sprekend voorbeeld: Egypte nu onder president Abdel Fattah el-Sisi. Dit voorbeeld toont aan dat politieke ‘democratie’ alleen een land niet welvarend maakt. Welvaart is het resultaat van een democratisch econo-misch systeem. Als el-Sisi Egypte welvarend wil maken, dan kan dat zelfs onder zijn politieke dictatuur, als hij maar economische democratie invoert.

 

Wij wensen graag onze huidige politieke democratie te behouden, zelfs in zijn huidige gebrekkige en door de rijken ondermijnde vorm. En wij wensen Egypte op zijn minst hetzelfde toe. Wij wijzen er slechts op dat politieke democratie op zich geen garantie is voor welvaart van allen. Kijk maar bij ons. De massa is arm. Om welvaart voor allen te bereiken is dus iets anders nodig, namelijk een democratische productievorm, waarin alle partici-panten aandelen bezitten. Wij noemen dit de Rechte Derde Weg. Het is geen kapitalisme, het is geen socialisme. Het is de Gulden Derde Middenweg.

Als er toch zo’n Middenweg kon bestaan zonder onze politieke democratie te hoeven weggooien? Als er toch een systeem is bedacht dat iedereen een welvarend leven biedt, dan zouden we dat toch op zijn minst moeten uitproberen? Na het eerst doorgrond te hebben natuurlijk. Maar dat laatste kunnen en mogen we in deze fase van de ontwikkeling van de mensheid alleen van die 14% verwachten. Op dat punt zijn wij het eens met Orwell. Vandaar deze brieven. Niet in de ongenuan-ceerde ‘Tweet’-vorm van Trump, maar goed beargumen-teerde opstellen, in een taal die in ieder geval die 14% kan begrijpen.

 

En natuurlijk kan dit alternatieve systeem niet in één enkele brief worden uiteengezet. In elke brief staat een stukje, een suggestie, een sprankelende gedachte, waar-mee wij proberen onjuist denken te saneren.

 

In deze brief wordt gefocust op het gezond maken van het ‘schaarste denken’. In elk boek over macro-economie wordt de student geleerd dat economie de wetenschap is van de verdeling van schaarste. Wat een nood! Wat een afgrijselijk uitgangspunt! Dit is te vergelijken met iemand die een vliegtuig wil uitvinden, maar denkt dat de mens toch nooit vliegen kan. Hij is immers geen vogel?

Dit soort schaarste denken (in de economie expliciet als basisuitgangspunt geformuleerd!) sluit het eigen falen in zich. De logische consequentie is immers dat de eco-nomie geen bijdrage kan leveren aan een welvarender samenleving. Want in plaats van de gedachte: ‘Er is genoeg voor iedereen’, baseert de schaarste-economie zich op: ‘Er is gebrek voor iedereen’.

 

Dat betekent dus ook dat het onvermijdelijk is dat de rijkdom zich bij slechts een klein groepje concentreert, de bekende 1%. En dan moeten dus inderdaad die 14% ‘capataces’ die 85% desnoods hardhandig in het gareel houden, want voorspoed voor iedereen is onmogelijk.

 

Gelukkig is dit schaarste denken onjuist. De waarheid is net andersom. De economie is de wetenschap van het creëren en verdelen van overvloed. Dit stukje van de puzzel staat in deze brief centraal en wel geplaatst in de context van het Venezolaanse vluchtelingenprobleem.

 

Wij kunnen natuurlijk bang zijn voor een grote toevloed van Venezolanen. We hebben immers zelf al niet genoeg? Als we er één asiel geven, volgen er meer. En wie zal dat betalen? Moeten we de schaarste met nog meer mensen delen?

Hier spreekt de angst voor schaarste.

 

We kunnen het echter ook zien als een kans. Een kans om iets goeds te doen. Een kans om mensen in nood te helpen. Een kans op overvloed. Maar de vraag is dan: hoe? Wat kunnen wij dan redelijkerwijs doen?

 

De situatie in Venezuela is slecht. Hoewel het ‘socialisme’ van Chavez en Maduro slechts partieel is, een verwarde mix van beide valse ideologieën (socialisme en kapita-lisme), is toch houdbaar dat er in dit geval sprake is van een politiek-ideologisch geschil tussen Venezuela en onze eilanden. En dat de slechte situatie in Venezuela deels te wijten is aan het socialistische element à la Chavez. Het Vluchtelingenverdrag kwam tot stand om een uitweg aan vluchtelingen te beiden in zo’n ideologisch getinte situatie. Het ontstond in 1951, aan het begin van de Koude Oorlog. Het is op de Venezolaanse situatie dus van toepassing en hoort door de Staat der Nederlanden (dus ook Curaçao en Aruba) te worden nageleefd. Of dat nu gebeurt via het Vluchtelingenverdrag of via art. 3 EVRM, maakt niet zo veel uit.

 

Oké, allemaal goed. Maar wat kunnen wij doen? Wij zijn kleine eilanden met beperkte middelen en mogelijk-heden. En weinig mensen.

 

En Nederland is ook maar een klein landje dat de handen al vol heeft aan allerlei vluchtelingen uit Afrika en het Midden-Oosten (waaronder ook nog een aantal zeer gewelddadige). Nederland zit dus niet te wachten op nog een stroom vluchtelingen uit Venezuela, ver van de Noordzee. Het is dan ook geen wonder dat Nederland toestaat (en waarschijnlijk ook bevordert) dat onze eilanden de illegale Venezolanen zo onzichtbaar mogelijk linea recta weer terugsturen.

 

Wat niet weet, wat niet deert, nietwaar?

 

Hoe dit zij, in ieder geval is er weerzin in Nederland. En dat is begrijpelijk. Daar komt nog bij dat ook de lokale bevolking de Venezolanen vreest. Sommigen van hen zijn ook gewelddadig. Dat is op Bonaire al gebleken. Zie het AD, 16-5-2017: Een Venezolaanse man heeft maandag-nacht bekend dat hij twee dodelijke schoten heeft gelost op de Nederlandse politieagent Ferry Bakx. Het was de eerste dag van een drie dagen durende rechtszaak op Bonaire waar zes mannen uit Venezuela en één afkomstig uit Bonaire terechtstaan voor de moord op Bakx”.

 

Leuke jongens, die Venezolanen!

Daar komt bij dat vluchtelingen en immigranten door de lokale bevolking op onze eilanden worden gezien als concurrenten op de arbeidsmarkt, die werken voor lagere lonen en aldus de goede baantjes van de lokalen afpakken. Onze lokalen staan dus ook niet te juichen over de komst van nog meer Venezolanen.

 

Ook begrijpelijk.

Men kan deze reactie wegwuiven en het Nederland en onze lokalen kwalijk nemen dat ze niet aan hun Christe-lijke plicht willen voldoen (Matt. 25:35; “I was a stranger, and ye took me in”).

 

Op zich treft dit verwijt doel, zoals rechters zouden zeggen, maar de reactie van Nederland en de lokalen blijft toch ook begrijpelijk. Als we dus iets voor de Venezolanen willen doen, moet hier rekening mee worden gehouden. Wij moeten het dus zo zien te plooien dat we EN mensen in nood niet de rug toekeren EN voorkomen dat er nog meer frictie tussen vreemdelingen en lokalen ontstaat dan er nu al is.

 

Hoe doen we dit?

 

Dit kan alleen als we moeilijkheden gaan zien als kansen. Problemen zijn kansen. Wij hebben hier een kans om Venezuela goed te helpen. Daar plukken we later de vruchten weer van. Wij hebben Venezuela ooit al eens geholpen door Simon Bolivar asiel te verlenen en hem vervolgens actief te steunen om de Spanjaarden uit Venezuela te verjagen. De omstandigheden zijn nu anders, maar we hebben hier nu weer zo’n kans.

 

Daartoe moeten we echter wel het schaarste denken verlaten. Er is geen schaarste. Er is overvloed. De Curaçaose en Nederlandse overheid kan immers tegen zeer lage rente ongelimiteerd geld lenen van de Centrale Bank om grote en kleine projecten op te zetten. Projecten die zichzelf weer terugverdienen (zgn. ‘self-liquidating projects’).

 

En de Venezolanen kunnen daarbij aan het werk worden gezet, waarbij zij als vluchteling het zullen moeten doen met het minimumloon, met aftrek van directe voor hen gemaakte kosten tot niet minder dan 80% daarvan. Zij mogen dan bovendien alleen maar aan die speciale projecten werken. Zij kunnen aldus geen werk van lokalen afpakken en ook de lokale lonen niet meer drukken.

 

Niemand kan hier redelijkerwijs op tegen zijn.

 

Maken wij alsdan misbruik van in nood verkerende mensen door hen aan het werk te zetten voor minder dan het minimumloon? Deze tegenwerping lijkt gegrond, maar is dat toch niet. Ten eerste is daar het sterke argument dat wij frictie tussen lokalen en vreemde-lingen moeten voorkomen.

 

Ten tweede, en nog belangrijker, het betreft hier een noodsituatie. Wij wensen hogere lonen voor iedereen. Om precies te zijn, wensen wij hogere lonen EN hogere dividenden voor iedereen. Maar wanneer men gecon-fronteerd wordt met een noodsituatie gelden andere wetten.

 

Den tempu di guera no tin lei’.

 

Immers, als wij een groot aantal Venezolanen opnemen, betekent dat voor ons sowieso een grote inspanning.  Alsook extra uitgaven. Denk aan gezondheidszorg. En wij zullen hen moeten opvangen, voeden en huisvesting verschaffen.

Dit laatste kunnen en moeten wij wel doen op dusdanige wijze dat die huisvesting later weer goed kan worden hergebruikt. Bijvoorbeeld als een campus voor student-en, of een goedkoop hotel, of als FKP-volkswoningen, zodra de Venezolanen weer zijn teruggekeerd. Maar er moet in ieder geval veel geld bij van ons. Het is dus redelijk om die kosten (gedeeltelijk) van hen terug te vorderen.

 

  • De aftrek van het loon is dus niet discriminatoir. Het heeft twee goede redenen. En gezien de huidige inflatoire toestand in Venezuela, kunnen de Venezo-lanen zelfs van dit karige loon toch nog voldoende geld overmaken om hun familie thuis te helpen. Ze krijgen dus een nieuwe kans bij ons en ze worden geholpen. Daarvoor geven ze ook iets terug.

 

  • En de Venezolaanse vluchtelingen mogen niet
    doorreizen naar Nederland. Wij zullen ze helpen. Wij nemen de verantwoordelijkheid. We mogen daarbij best hulp vragen van Nederland en internationale instanties als UNHCR, Rode Kruis en andere, maar we moeten ook rekening houden met Nederland. Zij hebben al genoeg problemen met vluchtelingen.

 

Alle twee eerlijk.

 

Overigens varen ook de lokalen wel bij deze projecten. Ten eerste komen alle toeleveranciers aan bod. Ten tweede zullen de Venezolanen onderdak moeten hebben met sanitaire voorzieningen, eerst in kampen en later bijvoorbeeld in noodwoningen. Die moeten gebouwd worden, hetgeen ook weer werk verschaft aan lokale (bouw)bedrijven. Ten derde, krijgen bewakingsdiensten opdrachten om de orde in de kampen te bewaren en als buffer tussen de Venezolanen en lokalen op te treden.

 

En nog veel meer.

 

Aan hoeveel Venezolanen denken wij? Dit is moeilijk te zeggen. Wij stellen voor alleen politieke vluchtelingen toe te laten, met dien verstande dat het begrip ‘vluchteling’ soepel kan worden uitgelegd. Op die wijze kan de toevloed goed gedoseerd worden. Onze eilanden zijn klein. Een toevloed van een miljoen Venezolanen kunnen wij niet aan. Maar een geleidelijke instroom van vijf tot tien duizend wel. Onze kleinschaligheid rechtvaardigt deze beperking.

 

Dit alles kan alleen, als we inzien dat deze investering ons uiteindelijk goed gaat uitkomen. Niet alleen doen wij wat een ieder weldenkend mens weet dat hij doen moet, namelijk mensen in nood helpen. Dit op zich levert altijd op. Maar behalve de spirituele beloning die niet uit kan blijven, krijgt de gemeenschap er ook nog iets materieels voor terug, namelijk de afgebouwde projecten.

 

Wat voor projecten? We geven enkele voorbeelden. In Otrabanda en Punda worden oude gebouwen opgeknapt en in ere hersteld. Zij worden vervolgens verkocht of verhuurd. Vervallen landhuizen worden gerestaureerd en omgezet tot ontvangsthal/restaurant/kantoor van eco-resorts. En verschillende andere projecten. Als ze op termijn maar voldoende geld genereren om de inves-teringen terug te verdienen, zeg in 15 of 20 jaar.

En wat dacht u van het volgende? De Isla-raffinaderij wordt afgebroken en een nieuwe schone wordt gebouwd bij Bullenbaai. De Annabaai wordt schoongemaakt en Green City verrijst. Kan het nog beter?

 

Particuliere investeerders kunnen samenwerken met de overheid aan al dit soort projecten.

 

Bonaire en Aruba bedenken hun eigen projecten. De Venezolanen worden verdeeld over de 3 eilanden naar rato van hun inwonertal.

 

Ja, dit is utopisch. Maar zijn wij dan verplicht in de huidige dystopie te blijven?

 

In tijden van grote uitdagingen, moeten wij groot denken. Geld is er genoeg. Het kan, technisch gezien, door de Centrale Bank ongelimiteerd gecreëerd worden. ALS het maar in projecten wordt gestopt die zichzelf terugverdienen, zodat de leningen binnen de tijd kunnen worden afbetaald.

 

China doet dit soort dingen. Waarom wij niet?

 

Bij deze vraag moeten we dit stukje van de puzzel afronden. Er zijn nog vele andere stukjes. Bijvoorbeeld. Waarom de lokale bevolking individueel geen aan-deelhouder maken in deze projecten? Aardige gedachte? Onmogelijk? Nee, het is mogelijk. Maar dan moet men het geheel van de puzzel zien. En daarvoor is overvloed denken een vereiste. Zolang wij daar nog bang voor zijn en (onbewust) liever schaarste wensen, zal dit allemaal inderdaad niet lukken.

 

En als het niet lukt, dan maar wachten tot de eerste boot met 1.000 Venezolaanse vluchtelingen aan boord de Annabaai binnenvaart. Gaan we dan pas nadenken?

 

Waarschijnlijk wel.

 

Michiel Bijkerk,

Bonaire, 12 augustus 2018

Voor Stichting

Golden Meand Society (GMS)

 

 

Advertisements

Skibi bo komentario / Opinion

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

error: Content is protected !!
%d bloggers like this: